Pedagogisch project

Dit pedagogisch project is een verduidelijking van wat we op vlak van onderwijs en opvoeding op onze school wensen te bereiken en hoe we de werking van de school hierop willen afstemmen.
Het is een algemeen kader waarin een visie wordt vastgelegd over de waarden, de normen en de doelen van de school.

Situering van de onderwijsinstelling

Onze school is een Nederlandstalige basisschool die behoort tot het officieel gesubsidieerd onderwijs.

Het schoolbestuur is het gemeentebestuur van Berlaar

Het onderwijs dat binnen onze school wordt aangeboden past in het kader van richtlijnen, vastgelegd door het gemeentebestuur in een door haar erkend pedagogisch project.

Dit pedagogisch project bepaalt de aard van het onderwijsaanbod binnen onze school.  De leerkrachten verschaffen onderwijs volgens de richtlijnen van dit pedagogisch project.  Alle andere participanten worden verondersteld dezelfde opties te onderschrijven.

Beslissingen inzake gemeentelijk onderwijs, rekening houdend met de huidige onderwijswetgeving, behoren tot de bevoegdheid van de gemeenteraad.

 

Gegevens over de lokale situatie
Onze school is gelokaliseerd op twee vestigingsplaatsen:

            Aarschotsebaan 60                Pastorijstraat 60

            2590 Berlaar - Heikant          2590 Berlaar                         

In beide vestigingsplaatsen is er een kleuter- en een lagere afdeling.

 

Uitgangspunten 

(gebaseerd op de fundamentele uitgangspunten van het gemeenschappelijk pedagogisch project van het officieel gesubsidieerd onderwijs)

De fundamentele uitgangspunten van ons pedagogisch project zijn:

Openheid: alle levensopvattingen zijn welkom in onze school

Verscheidenheid: een verrijking voor iedereen

Democratisch: verschillende opvattingen bestaan naast elkaar

Socialisatie: in harmonie samenleven met anderen

Emancipatie: gelijke ontwikkelingskansen voor alle leerlingen

Totale persoon: persoonlijkheidsvorming en kennisverwerving

Gelijke kansen: ongelijke sociale positie trachten om te buigen

Medemens: respect voor de eigenheid van elke mens

Europees: Europees burgerschap met respect voor de wereld

Mensenrechten: verdedigen van de Rechten van de mens en van het kind

 

Openheid

Onze school staat ten dienste van de gemeenschap en staat open voor alle leerplichtige kinderen (van het basisonderwijs), ongeacht hun filosofische of ideologische overtuiging, sociale of etnische afkomst, geslacht of nationaliteit.

De onderwijstaal van onze school is het Nederlands. We vragen aan de ouders om hun kinderen aan te moedigen om Nederlands te leren.

Elke filosofische overtuiging wordt geëerbiedigd: er is een vrije keuze uit niet-confessionele zedenleer, katholieke godsdienst, islamitische godsdienst, protestantse godsdienst, orthodoxe godsdienst, anglicaanse godsdienst en Israëlitische godsdienst.

We zorgen voor een vlotte informatiedoorstroming via het schoolreglement, de afsprakennota, de agenda, de website, briefwisseling naar ouders, …

Bij bepaalde activiteiten worden externe medewerkers ingeschakeld, vb. bij het begeleiden van lezen, knutselactiviteiten, uitstappen, …

Nieuwe projecten worden uitgewerkt n.a.v. bevraging van kinderen/ouders/ personeel.

 

Verscheidenheid

De bovengenoemde verscheidenheid qua achtergrond wordt als positief verrijkend ervaren.  Alle kinderen ervaren dat niet ieder mens gelijk is, maar wel gelijkwaardig is als het op rechten en plichten aankomt. De school vertrekt vanuit een positieve erkenning van de verscheidenheid en wil waarden en overtuigingen die in de gemeenschap leven, onbevooroordeeld met elkaar confronteren. Zij ziet dit als een verrijking voor de hele schoolbevolking. De school leert jongeren leven met anderen en voedt hen op met het doel hen als volwaardige leden te laten deelnemen aan een democratische en pluralistische samenleving.

 

Democratisch

De school is het product van de fundamenteel democratische overtuiging dat verschillende opvattingen over mens en maatschappij in de gemeenschap naast elkaar kunnen bestaan.

Elk kind zal in een democratische samenleving zijn of haar plaats moeten vinden in de maatschappij.  Het kind zal zich daar correct, voldoende assertief en maatschappelijk weerbaar moeten kunnen en durven opstellen.  In de schoolpraktijk zal er binnen en buiten de leerdomeinen voldoende aandacht zijn voor het leren maken van verantwoorde keuzes, zich kritisch leren opstellen, voor zijn of haar rechten opkomen op een verantwoorde en correcte omgangsvorm, afspraken nakomen, voldoende burgerzin ontwikkelen, verkeers - en milieubewust leven,…

 

Socialisatie

De school leert jongeren in harmonie samenleven met anderen, zodat ze later als volwaardige leden kunnen deelnemen aan een democratische, pluralistische samenleving.  Hierbij is het belangrijk dat er wordt gebouwd aan een positief doch realistisch zelfbeeld dat de kinderen toelaat om zelfstandig en met voldoende zelfvertrouwen keuzes te maken.

 

Emancipatie

De school kiest voor emancipatorisch onderwijs. Aan alle kinderen worden gelijke ontwikkelingskansen geboden door hen gelijke ontwikkelingskansen te bieden, overeenkomstig hun mogelijkheden.

De school wakkert zelfredzaamheid aan door leerlingen mondig en weerbaar te maken.  Hierbij is het belangrijk dat een beleefde en respectvolle houding wordt gestimuleerd.

 

Totale persoon

De school erkent het belang van onderwijs en opvoeding. Zij streeft een harmonische persoonlijkheidsvorming na en hecht even veel waarde aan kennisverwerving als aan attitudevorming.

Naast de cognitieve aspecten moeten ook het sociaal-emotionele en de motorische competenties ontwikkeld worden.  Het geboden onderwijs zal dus niet alleen aandacht geven aan louter kennisoverdracht, maar ook inzichten, vaardigheden en attitudes voldoende kansen tot ontwikkeling bieden.

 

Gelijke kansen

De school wil niemand uitsluiten en alle kinderen gelijke kansen bieden door compenserend op te treden voor kansarme leerlingen om zo te proberen de gevolgen van een ongelijke sociale positie om te buigen.

 

Medemens

De school voedt op tot respect voor de eigenheid van elke mens.  De school stelt zich hier als voorbeeld door een plaats te zijn waar elke sociale ongelijkheid wordt gebannen, ze voedt op tot vrijheid maar maakt tevens duidelijk dat de eigen vrijheid niet kan leiden tot aantasting van de vrijheid van de medemens.  Zij stelt dat een gezonde leefomgeving het onvervreemdbaar goed is van iedereen.

Hiervoor zijn afspraken en leefregels nodig die de kinderen een duidelijk kader bieden waarbinnen ze zich optimaal kunnen ontwikkelen.

 

Europees

De school brengt de leerlingen de gedachte bij van het Europese burgerschap en vraagt aandacht voor hetgeen er in de wereld gebeurt door een brede kijk te bieden op de wereld, de waarde van andere culturen te erkennen en kinderen ook respect bij te brengen voor deze culturen.

 

Mensenrechten

De school draagt de beginselen uit die vervat zijn in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en van het Kind en ze neemt er de verdediging van op. Zij wijst vooroordelen, discriminatie en indoctrinatie van de hand.

 

Hieronder sommen we de belangrijkste aspecten uit de rechten van het kind op:

recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst;

recht op vrijheid van vereniging en vrijheid van vreedzame vergadering;

geen enkel kind mag onderworpen worden aan willekeurige of onrechtmatige inmenging in zijn of haar privéleven, zijn of haar gezinsleven, zijn of haar woning, zijn of haar correspondentie, noch aan enige onrechtmatige aantasting van zijn of haar eer of goede naam;

recht op toegang tot de massamedia; tot informatie en materiaal uit een verscheidenheid van nationale en internationale bronnen, in het bijzonder informatie en materiaal gericht op het bevorderen van zijn of haar sociale, psychische en morele welzijn en zijn of haar lichamelijke en geestelijke gezondheid;

het recht op bescherming tegen alle vormen van lichamelijk of geestelijk geweld, letsel of misbruik, lichamelijke of geestelijke verwaarlozing of nalatige behandeling, mishandeling of exploitatie, met inbegrip van seksueel misbruik;

recht van een geestelijk of lichamelijk gehandicapt kind om een volwaardig leven te hebben, in omstandigheden die de waardigheid van het kind verzekeren, zijn zelfstandigheid bevorderen en zijn actieve deelneming aan het gemeenschapsleven vergemakkelijken;

het recht op het genot van de grootst mogelijke mate van gezondheid en op voorzieningen voor de behandeling van ziekte en het herstel van de gezondheid;

het recht van ieder kind op een levensstandaard die toereikend is voor de lichamelijke, geestelijke, intellectuele, zedelijke en maatschappelijke ontwikkeling van het kind;

het recht op onderwijs. De staten verbinden zich ertoe het primair onderwijs verplicht te stellen en voor iedereen gratis beschikbaar te stellen;

het onderwijs aan het kind dient gericht te zijn op:

het bijbrengen van eerbied voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden;

het bijbrengen van eerbied voor de ouders van het kind, voor zijn of haar eigen culturele identiteit, taal en waarden, voor de nationale waarden van het land waar het kind woont, het land waar het is geboren en voor andere beschavingen dan de zijne of de hare;

de voorbereiding van het kind op een verantwoord leven in een vrije samenleving, in de geest van begrip, vrede, verdraagzaamheid, gelijkheid van geslachten, en vriendschap tussen alle volken, etnische, nationale en godsdienstige groepen en personen behorend tot de oorspronkelijke bevolking;

het bijbrengen van eerbied voor de natuurlijke omgeving.

het recht van het kind op rust en vrije tijd, op deelneming aan spel en recreatieve bezigheden passend bij de leeftijd van het kind, en op vrije deelneming aan het culturele en artistieke leven;

het recht te worden beschermd tegen economische exploitatie en tegen het verrichten van werk dat naar alle waarschijnlijkheid gevaarlijk is of de opvoeding van het kind zal hinderen, of schadelijk zal zijn voor de gezondheid of lichamelijke, geestelijke, intellectuele, zedelijke of maatschappelijke ontwikkeling van het kind;

het recht op bescherming tegen het illegale gebruik van verdovende middelen en psychotrope stoffen;

het recht op bescherming tegen alle vormen van seksuele exploitatie en seksueel misbruik;

het recht op bescherming tegen alle vormen van exploitatie die schadelijk zijn voor enig aspect van het welzijn van het kind.

 

De doelen uit het pedagogisch project.

De doelen uit het pedagogisch project worden geconcretiseerd via het gebruik van de OVSG-leerplannen in de leergebieden:

lichamelijke opvoeding

muzische vorming

taal (Nederlands en Frans)

wereldoriëntatie

wiskunde

levensbeschouwing: erkende godsdienst of niet-confessionele zedenleer

leergebiedoverschrijdende thema's: leren leren, sociale vaardigheden, ict

 

 

Visie op basisonderwijs

De fundamentele uitgangspunten, de principiële houdingen die men heeft t.a.v. mens en maatschappij moeten worden vertaald naar de ontwikkelingsmogelijkheden van kinderen.

De fundamentele uitgangspunten zijn met andere woorden een kader waarbinnen men kwalitatief onderwijs in de basisscholen wil realiseren.

In de uitgangspunten bij de ontwikkelingsdoelen en eindtermen voor het basisonderwijs is de DVO (dienst voor onderwijsontwikkeling) uitgegaan van een aantal fundamentele elementen in de ontwikkeling van kinderen. Deze elementen situeren zich in drie velden:

 

Het veld van de basiskenmerken die de kern vormen:

  • het beschikken over een positief zelfbeeld;
  • gemotiveerd zijn;
  • zelf initiatief nemen.

 

Het veld van de algemene ontwikkeling dat doelen omvat van meer algemene aard zoals:

  • kunnen communiceren en samenwerken;
  • zelfstandigheid aan de dag leggen;
  • creatief en probleemoplossend omgaan met de omringende wereld;
  • zelfgestuurd leren.

 

Het veld van de specifieke ontwikkeling dat doelen omvat waarvan men de inhouden kan ordenen volgens leergebieden die in het onderwijs meer specifiek aan de orde zijn:

  • lichamelijke opvoeding;
  • muzische vorming;
  • taal;
  • wereldoriëntatie;
  • wiskunde.

 

Deze drie ontwikkelingsvelden zijn geënt op "de wereld", in zijn ruime betekenis. Het is de werkelijkheid waarin het kind gaat functioneren. Het kind leert de werkelijkheid begrijpen, wordt vaardig en ontwikkelt een positieve houding.

De kwaliteit heeft met andere woorden alles te maken met de fundamentele uitgangspunten die het schoolbestuur vooropstelt en die samen met de schoolgemeenschap concreet vorm krijgen. Vanuit dit pedagogisch project werkt het lerarenteam op zodanige wijze aan de realisatie van de vooropgestelde doelen, dat er recht wordt gedaan aan de kenmerken van goed basisonderwijs
Kwaliteit voor een school betekent dus meer dan de mate waarin en de wijze waarop doelen worden gerealiseerd. De kwaliteit van een school uit zich op de eerste plaats in het dagelijks pedagogisch klimaat, het samenlevingsmodel dat de school uitbouwt, de leef- en werkcultuur die er heerst.

In de visie op basisonderwijs bij de leerplannen OVSG 1997 heeft OVSG de kenmerken van goed basisonderwijs omschreven.

Deze kenmerken zijn:

  • samenhang;
  • totale persoonlijkheidsontwikkeling;
  • zorgverbreding;
  • actief leren;
  • continue ontwikkelingslijn.

 

Samenhang

Een leergebieden- of vakkengesplitste benadering van de realiteit is niet aan te bevelen. Kinderen beleven en ervaren de realiteit immers niet in vakjes.

De school moet ervoor zorgen leersituaties te creëren die voor de kinderen herkenbaar zijn. De kinderen moeten de centrale plaats innemen. Kinderen dienen zich op de eerste plaats veilig en goed te voelen op de basisschool.

De doelstellingen van het basisonderwijs hebben niet enkel betrekking op kennis opdoen. Ook het verwerven van inzichten, vaardigheden en attitudes met betrekking tot verschillende werkelijkheidsgebieden zijn belangrijke doelstellingen. Daarnaast dienen 'leren leren',  'probleemoplossend denken' en 'sociale vaardigheden' door de basisschool heen in verschillende leergebieden aandacht te krijgen.

Samenhang houdt in de eerste plaats in dat alle leergebieden zoveel als mogelijk geïntegreerd benaderd worden. Kinderen ervaren en beleven de realiteit niet in vakjes.

 

Totale persoonlijkheidsontwikkeling

Alle aspecten van de persoonlijkheid dienen via de aangeboden vorming in hun ontwikkeling te worden gestimuleerd en dit op evenwichtige wijze.

De school houdt in haar aanbod niet alleen rekening met de verschillende ontwikkelingsterreinen maar ook met de verschillen in persoonlijkheidsontwikkeling.

Aandacht voor de totale persoonlijkheidsvorming houdt in dat het schoolteam zich beraadt over een evenwichtig vormingsaanbod en een evenwichtige activiteitenplanning.

Aandacht voor de totale persoonlijkheidsontwikkeling impliceert daarom een gerichtheid op individualiserend onderwijs.

 

Zorgverbreding

Een goede interactie tussen kind en leraar, die ook rekening houdt met de thuissituatie, is noodzakelijk om tot succesvolle oplossingen te komen.

Zorgbreedte heeft te maken met de aandacht die de school aan kinderen wil geven, met de wijze waarop ze omgaat met verschillen tussen kinderen.

Soepele overgangen van kleuterniveau naar lager onderwijs en tussen leeftijdsgroepen dienen te worden gecreëerd. Doorbreken van het traditionele leerstofjaarklassensysteem in de lagere school is mogelijk.

De schoolteamleden trachten hun onderwijs af te stemmen op de mogelijkheden van de individuele kinderen die ze op school begeleiden.

Dit impliceert dat de school aan een aantal organisatorische voorwaarden voldoet: overlegmogelijkheid, flexibele klasorganisatie, ... Daarnaast moeten de leraren de attitude hebben om met elkaar over hun onderwijspraktijk te overleggen, systematisch te reflecteren op de eigen praktijk, de ouders bij het schoolgebeuren te betrekken en open te staan voor nieuwe inhoudelijke vormen van onderwijsondersteuning en -remediëring.

Zorgen dat kinderen zich goed en geaccepteerd voelen op school, er gaan functioneren en er plezier beleven, behoort tot de essentie van zorgverbreding.

 

Actief leren

Actief leren is dus voor het kind een productief proces. Het is leren dat van het kind zelf uitgaat en door het kind spontaan als betekenisvol wordt ervaren. Het kind heeft belang bij wat het doet en gaat daarom volledig op in het anticiperen en oplossen van problemen.

De sociale interactie tussen leraar en leerling en tussen leerlingen onderling is een essentieel onderdeel van dit interactief proces.

Om actief leren op school te stimuleren, dienen realistische en betekenisvolle probleemsituaties (contexten) binnen de leersituatie te worden gecreëerd.

Bij actief leren ligt de klemtoon eerder op het verwerken van, dan op de hoeveelheid aan leerinhouden. Kennis en inzicht zijn in die mate belangrijk dat zij gekoppeld kunnen worden aan denkhandelingen en strategische vaardigheden. Hierdoor worden ze voor het kind hanteerbaar binnen probleemsituaties en worden ze hefbomen voor actief leren en ontwikkeling.

 

Continue ontwikkelingslijn

Het aangeboden onderwijs wordt zowel naar moeilijkheidsgraad als naar inhoud afgestemd op de ontwikkelingsmogelijkheden en -behoeften van de leerlingen.

Aandacht voor 'continuïteit' binnen onderwijs betekent ook dat men de drempels tussen de verschillende fasen van de schoolloopbaan, tussen leergebieden (zie samenhang), tussen thuis- en schoolervaringen van de leerlingen, zo laag mogelijk maakt.

De begeleiders van het kind door de basisschool moeten deze continuïteit nastreven. Voor de schoolteamleden betekent dit gelijkgerichtheid, stimuleren van een doorlopende leer- en ontwikkelingslijn, afspraken maken en nakomen.

 

De school heeft aandacht om een evenwichtig vormingsaanbod na te streven waarbij alle ontwikkelingsdomeinen aan bod dienen te komen.

Dit impliceert dat ook de sociale en emotionele ontwikkeling voldoende vulling moet krijgen.

Daarbij is de sociale interactie tussen leraren en leerlingen onderling van essentieel belang.
Er moet voldoende ruimte en tijd aangeboden worden om met elkaar te communiceren en samen te werken.
Een open, ongedwongen sfeer met respect voor elk individu impliceert ook een respectvolle omgang met elkeen van de groep.

 

De school streeft ernaar om bewuste leerlingen te vormen met kritische reflectie op zichzelf en de anderen.
Ze biedt thematische vormingscontexten aan rond sociale verschillen en achtergronden eigen aan het milieu van de leerlingen.
Ze schenkt aandacht aan sociale oriëntatie en vaardigheden in relatie met de deelleerplannen maatschappij en mens.
Een concrete invulling kan gebeuren door middel van kringgesprekken, groepswerken, sociogrammen en het ontwikkelen van creatieve vermogens.
De school vult de onderwijstijd in zodat alle persoonlijkheidsgebieden evenwichtig aan bod komen.